De vaste tijden voor Fajr, Zonsopkomst, Dhuhr, Asr, Maghrib en Isha zijn in Oegstgeest nauw verbonden met de zonstand voor de breedtegraad 52,18° N en de lokale tijdzone Europe/Amsterdam. Omdat de dagen in juni bijna 17 uur licht hebben en in december amper 8 uur, schuiven de begin- en eindpunten van de astronomische schemering sterk op. Vooral tussen eind mei en half juli verdwijnt de schemering ’s nachts niet volledig; dit fenomeen staat bekend als de ‘witte nachten’. In die periode hanteren islamitische geleerden voor Isha doorgaans een vaste marge na Maghrib (bijvoorbeeld 1 uur 30) of rekenen met de methode Nisf al-Lail (helft van de nacht) zodat het gebed toch op een bruikbaar moment kan plaatsvinden.
Alle tijden op deze pagina zijn het resultaat van een reproduceerbare berekening die rekening houdt met:
- geografische coördinaten (lengte- en breedtegraad);
- de gekozen rekenmethode (o.m. Muslim World League, Diyanet, EMB);
- de correctie voor Zomertijd of Wintertijd;
- het moment waarop de zon een vooraf afgesproken hoek onder de horizon bereikt (astronomische schemering bij 18°, 15° of 12°).
Verschil in de berekening van de Asr-tijd volgens verschillende wetscholen
Het Asr-gebed begint wanneer de schaduw van een object, gemeten vanaf het einde van de zenit-schaduw, een bepaalde lengte bereikt. Er bestaan twee gerespecteerde interpretaties:
- Standaard (Shafi’i, Maliki, Hanbali): Asr vangt aan zodra de schaduw even lang is als het object zelf (factor 1).
- Hanafi: Asr vangt pas aan wanneer de schaduw twee keer de lengte van het object bereikt (factor 2).
Het gevolg is dat de Hanafi-tijd in Oegstgeest gemiddeld 40 tot 70 minuten later valt dan de standaardtijd, afhankelijk van het seizoen en de hoogte van de zon. Wie in gezamenlijk gebed wil deelnemen, kijkt daarom meestal welk schema de eigen moskee hanteert. Turkse moskeeën volgen vaak Diyanet (standaardfactor 1); Pakistaanse of Indiase gemeenschappen gebruiken veelal de Hanafi-versie. Beide opties zijn geldig binnen hun respectieve wetschool (wetschool).
Hoe de geografische lengtegraad het precieze Maghrib-moment beïnvloedt
Oegstgeest ligt op 4,47° oosterlengte. Voor elke graad verschil in lengte verschuift het lokale middag- (en dus zonsondergang-) moment met ongeveer 4 minuten. Ten opzichte van Den Haag (4,30° E) gaat de zon hier iets later onder, terwijl zij in Amersfoort (5,38° E) juist vroeger ondergaat. Dit verklaart waarom een nationaal schema zonder lengteregeling tot enkele minuten afwijking kan leiden. Door in de berekening de exacte longitudinale positie mee te nemen, ontstaat een tijd die specifiek is voor Oegstgeest en niet simpelweg wordt overgenomen van een naburige stad.
Extra correctiefactoren, zoals het uitleggen van de tijdsvergelijking (EqT) en de helling van de aardas, zorgen ervoor dat deze paar minuten dagelijks variëren. Samen met de verschuiving naar Zomertijd of Wintertijd kan Maghrib in de loop van het jaar daarom tussen circa 16:30 uur (december) en 22:10 uur (juni) liggen.
Invloed van de Noordzee-kustlijn en micro-reliëf op zonsondergang in Oegstgeest
Hoewel Oegstgeest slechts enkele kilometers landinwaarts van de Noordzee ligt, kunnen de kustlijn en geringe hoogteverschillen (1–5 m N.A.P.) merkbaar zijn. Een open westelijke horizon boven zee betekent dat de zon iets later onder de waarneembare horizon verdwijnt dan op plekken waar bebouwing of dijken de zichtlijn verkorten. In de officiële berekening wordt hiervoor een atmosferische correctie van 0,83° toegepast, maar praktische waarneming kan alsnog 1–2 minuten afwijken.
Bij sterke westenwind of hoge luchtdruk kan de atmosfeer de zon optisch omhoog tillen (refractie), waardoor Maghrib nog iets later zichtbaar lijkt. In heuvelachtige gebieden zou dit effect tegengesteld werken, maar het vlakke karakter van de Hollandse kust maakt de afwijking in Oegstgeest relatief constant. Het is toch raadzaam om bij bewolking of variabele weersomstandigheden een marge van circa 2 minuten in te bouwen alvorens het Maghrib-gebed te verrichten.