Stand van de zon en astronomische schemering: hoe Fajr wordt berekend
Elke gebedstijd is gekoppeld aan een concreet zonnefenomeen. Voor Fajr gaat het om het eerste licht dat verschijnt wanneer de zon zich nog onder de horizon bevindt. Dit moment valt tijdens de astronomische schemering, zodra het hemellichaam een vooraf vastgelegd aantal graden (meestal 12°, 15° of 18°) onder de horizon staat. In Sneek, met een breedtegraad van 53° N, duren de schemerfasen langer dan in zuidelijker gelegen steden. Tussen eind mei en half juli verdwijnt de schemering zelfs niet volledig; de zogenaamde ‘witte nachten’ zorgen ervoor dat het nachtelijk duister nooit totaal is. Lokale geleerden lossen dit op door Fajr te bepalen volgens de methode die het dichtst aansluit bij de werkelijke lichtomstandigheden of door vaste referentiepunten zoals te gebruiken wanneer de schemering ononderbroken is.
Dezelfde astronomische basis geldt voor Isha. Wanneer de zon na zonsondergang opnieuw een gekozen diepte onder de horizon bereikt, begint de tijd voor het nachtgebed. Bij hoge breedtegraden, waar de zon zomers ondieper zakt, passen verschillende moskeeën in Nederland de regel van één zevende van de nacht of een vaste periode (bijvoorbeeld 90 minuten na Maghrib) toe. Welke optie geldt, hangt af van het besluit van de plaatselijke imam of het bestuur van het islamitisch centrum.
Berekeningsmethoden en hun gebruik in Nederland en België
De meeste gebedsapps en kalenders bieden meerdere rekenmethoden. In Nederland maken veel Turkse moskeeën gebruik van de Diyanet-methode (Fajr 18°, Isha 17°). Marokkaanse en Surinaams-Hindoestaanse gemeenten kiezen vaak voor de Muslim World League (18°/17°), terwijl sommige Vlaamse steden de waarden van de Executieve van de Moslims van België (15°/15°) of UOIF volgen. Het verschil van drie graden kan een afwijking van 4–8 minuten opleveren, wat verklaart waarom tijden onderling subtiel verschillen.
Ook Asr kent twee benaderingen, afhankelijk van de wetschool (madhhab). De Hanafi-school wacht tot de schaduw van een object twee keer zijn lengte is geworden, wat het begin enkele tientallen minuten later maakt dan bij de Shafi’i-, Maliki- en Hanbali-scholen, die éénmaal de lengte van de oorspronkelijke schaduw hanteren. Beide visies steunen op betrouwbare hadith, dus de gelovige kan zonder scrupules de tijd volgen die door zijn lokale imam of gezamenlijk gebed wordt aangehouden.
Omdat de klok in Europa tweemaal per jaar wordt verzet, verschuiven de gebedstijden bij de overgang van Zomertijd naar Wintertijd (en omgekeerd) één civiel uur. De onderlinge posities van Fajr, Dhuhr en de overige gebeden blijven echter exact hetzelfde ten opzichte van de zon; alleen onze horloges springen vooruit of achteruit.
Invloed van geografische coördinaten op zonsondergang en vergelijking met naburige steden
Sneek ligt op 5,66° oosterlengte. Elke graad lengte komt grofweg overeen met vier minuten tijdsverschil. Dat betekent dat ten opzichte van Amsterdam (ongeveer 4,9° O) de zon in Sneek circa drie minuten eerder opkomt en ondergaat. De breedtegraad bepaalt vooral de duur van de dag: in juni bedraagt de periode tussen Fajr en Isha meer dan 18 uur, terwijl deze in december terugvalt tot ongeveer 9 uur. Voor werkenden en studenten is het verstandig om in de korte winterdagen alert te zijn: Dhuhr, Asr en Maghrib kunnen zich binnen tweeënhalf uur opvolgen.
De combinatie van geografische coördinaten, datum en tijdzone vormt de basis van elke berekening. Het rekenmodel start bij de ware zonnemiddag, corrigeert voor de vergelijkingstijd en bepaalt zo de precieze momenten waarop de zon bepaalde hoogtes bereikt. Omdat deze factoren per stad verschillen, zal ook het gebedsschema voor Leeuwarden, Zwolle of Groningen nooit exact gelijk zijn aan dat van Sneek.